home  mail  inspirerend  kenmerkend  beeldbepalend  grensverleggend prikbord

home

Nepal 2/2

   
 

(12/00/99)

Tijgers, tempels en Thamel

We zijn eigenlijk alweer op de terugweg van onze junglewalk in Chitwan National Park. Veel hebben we niet gezien, wat apen en een hert, maar het was erg leuk. Jaloers praten we na over het stel dat zojuist een grote zwarte beer op dit pad had gezien. Plots horen we een enorm gebrul. Een gids kijkt heel opgewonden, de ander zegt 'gewoon een olifant'! Dan weer dat gebrul en direct daarna geritsel in de struiken vlakbij ons. De serieuze gids kijkt wat paniekerig; het is een tijger.

Hoewel we natuurlijk wel hadden gehoopt op veel wilde dieren, hadden we niet echt verwacht veel te zien. Daarom waren we prima tevreden over de junglewalk. Maar zo'n tijger op 'n steenworp afstand, is wel heel stoer.

Olifantengras
We staan nog steeds op het pad waar we het gebrul hebben gehoord en we horen het nog een keer. 'Tigre, Tigre' fluisteren de gidsen opgewonden. Ik stel voor de bosjes in te gaan, maar de gids zegt dat het zeer gevaarlijk is. In plaat daarvan worden we in stilte vooruit geduwd, want het kan zijn dat de tijger het pad oversteekt. Aan het gebrul te horen heeft de tijger net een prooi te pakken gekregen, verteld de gids. Door het metershoge olifantengras kun je niet vooruit kijken en loop je het risico dat je opeens bij de tijger komt. Zeker als hij net een prooi heeft gevangen is een tijger erg onvoorspelbaar en gevaarlijk. De jongere gids klimt nog in een boom om te kijken of hij wat ziet, maar het hoge gras is echt ondoordringbaar. Dan lopen we toch maar terug. Het geeft wel weer stof tot praten. In het jungle resort worden we later ook aangesproken 'zijn jullie dat van die tijger?'

Neushoorns van dichtbij
Dezelfde dag gaan we op een olifant het wildreservaat in. Alleen het zitten op zo'n olifant is al een belevenis op zich. We zitten met vier man in een houten bakje op de rug van de olifant. De bestuurder zit op zijn kop en maakt met zijn tenen bewegingen achter de oren van de olifant. Dit is het besturingsmechanisme! Onze schoenen rusten gewoon op de olifantenhuid. Die is dik en keihard, met hier en daar een grote, harde haar die eruit steekt. We zijn nog maar net onderweg als we een stel neushoorns zien. Ze staan in het hoge gras, maar vanaf de olifantenrug kunnen we ze prima zien. Het gekke is dat ze niet bang zijn van een olifant en ook niet van een olifant met vier toeristen en flitsende fototoestellen op zijn rug. De rhino's blijven gewoon staan en eten door. Ze lijken klein van bovenaf gezien, maar als je ze lopend tegenkomt zijn ze hartstikke gevaarlijk. Ze zien bijna niets, voor de zekerheid rennen ze daarom in volle vaart op alles af wat beweegt. Veel dodelijke ongeluken in het Chitwan Park worden veroorzaakt door de neushoorn. Op de terugweg zien we vanaf de olifant nog verschillende herten en apen. Een geweldig avontuur.

20 duizend meren
's Ochtends in alle vroegte glijden we in een uitgeholde boomstam-kano over de rivier. Het water is veel warmer dan de buitenlucht waardoor er rooksliertjes lijken op te stijgen uit het water. Er heerst een prachtige stilte in het rozige licht van de opgaande zon. We zien de ene bijzondere vogel na de andere. Grote watervogels op drijvende eilandjes in de rivier, maar ook kleinere vogels, knalgeel, of die helblauwe in de jungle op de kant. Ze fladderen altijd net weg als we vlakbij zijn. Opeens zien we vlak naast de aardekleurige stijle wal een paar bobbels boven het water uitsteken. De ogen van een krokodil staren ons rustig aan. Een eindje verderop drijft er nog een. De bescherming van de lage boomstam-kano lijkt ineens vrij beperkt! Met een landrover doorkruizen we daarna het 20 duizend meren gebied. Een uitgestrekt gebied met meren, vennen, moeras en sloten. Wederom heel veel vogels, maar ook diverse herten, krokodillen en wat badende neushoorns in de verte.

Via een andere ingang gaan we het wildreservaat weer in. Er is een klein museum bij het bezoekerscentrum. Buiten staat tijdelijk een kist met een tijger erin. Deze was ziek en gaat weer terug het park in. Penny tuurt in de kist en in een fractie van een seconde schiet een tijgerklauw de kist uit. Het scheelt maar een decimeter of er was een flinke haal uit Penny's gezicht geweest. We staan allemaal te trillen op onze benen. Zo'n wildreservaat is niet echt een dierentuin. Ik ben nu ook wel blij dat we gisteren niet de bush zijn ingegaan op zoek naar de tijger. Zelfs in een kist zijn ze levensgevaarlijk. We sluiten de dag af met een laatste wandeling door het park.

Durbarplein

Een hele verandering met de natuur van Chitwan National Park is de hectiek van Thamel en het Durbarplein in Kathmandu. Ook Thamel en Durbarplein verschillen weer alsof het andere werelddelen zijn. De wijk Thamel bestaat uit een kilometers lange aaneen geregen band van hotels, restaurants en souvenirwinkels. Afgezien van de rikshaws en het afval op straat, waan je je aan de Costa del Sol. Via een wirwar van middeleeuws aandoende straatjes, met op elke hoek een temeltje, kom je op het Durbarplein. Hier staan er zo ver het oog strekt tempels. Klein en groot en bovenal omgeven door veel, heel veel mensen.

Het Durbarplein is niet bepaald verkeers-vrij! Als je oversteekt van de ene naar de andere tempel, moet je dan ook oppassen dat je niet wordt overreden door een brommer of dat je een hap uit de kuit krijgt door een fanatiek voortgetrapte rikshaw. De tempels maken letterlijk deel uit van het dagelijkse leven. Er komen veel mensen bidden en offeren. Offerandes in de vorm van bloemslingers en zoetigheden in bakjes van bladeren, worden ter plekke vervaardigd. Sommige tempels vormen een grote groentenstal en in een andere tempel zijn marktkraampjes gebouwd van waaruit kruiden en specerijen worden verkocht.

De levende godin
De meest opvallende verschijningen zijn wel de sadhoes, ze zijn gewikkeld in rode stof of oranje doeken en hebben een beschilderd gezicht. Officieel zijn zij de tempelbewaarders, maar hier in Kathmandu zijn de meeste commercieel gegaan; 100 roepies voor een foto. Behalve alle tempels die zijn opgedragen aan hindugoden en hun vele reincarnaties heeft Kathmandu ook een levende godin: Kumari. Kumari wordt als vierjarige gekozen uit een groep met kleuters uit een bepaalde kaste. Zij moeten de meest afschuwelijke gebeurtenissen doorstaan. In een donkere kelder met afgehakte koeienhoofden moet je je als kleuter kranig weren, want de moedigste zal Kumari zijn.

Met haar familie neemt de godin vervolgens haar intrek in haar tempel en wordt ze slechts enkele malen per jaar aan het publiek vertoond. Bij de eerste menstruatie is het Kumari-af en gaat het gewone leven verder. Nou ja gewoon, het is voor veel ex-Kumari's moeilijk om een man aan de haak te slaan, want de legende wil dat haar man binnen zes maanden zal sterven. Welke gek trapt daar nu in. Wij hadden het geluk Kumari in levende lijve te mogen aanschouwen. Gedurende enkele seconde hield ze haar dik opgemaakte, chagerijnige hoofd voor het raam. Je zou bijna zeggen dat ze ongesteld was....

Ghats

De hectiek van Kathmandu neemt af naarmate je verder de Kathmandu-vallei ingaat. Slechts een half uurtje van Kathmandu ligt het stadje Pashupatinath aan de Bagmati rivier. Hier staat de grootste en belangrijkste Hindutempel van Nepal. Dit trekt hele stromen gelovige aan. Hoewel je als niet-Hindu niet in het eigenlijke tempelcomplex mag, heb je vanaf de heuvel aan de andere kant van de rivier wel een prachtige uitzicht over het hele complex. Door de kleurige sari's van de vrouwen, vormt de tempel een druk en fleurig geheel. Iedereen krioelt door elkaar en draagt slingers met oranje bloemen. Zakjes met kleurstoffen in alle kleuren van de regenboog worden over de tempelbeelden heengestrooid. Langs de rivier, onderaan de tempel, zijn een aantal ghats gesitueerd. De crematieplaatsen voor de Hindu's. Als je aan de andere kant van de rivier naar de tempel kijkt, kun je ook de crematie-rituelen op een steenworp afstand volgen. Enerzijds is het morbide, anderzijds is het ook heel mooi om de rituelen te zien waarmee de Hindu's afscheid nemen van hun doden.

Reiniging
Het lijk wordt eerst gewassen in de heilige rivier. De rituelen worden uitgevoerd door de zonen en voornamelijk door de oudste zoon. Hieruit blijkt het belang dat Hindus hechten aan de geboorte van een zoon; zonder zoon kunnen zij hun huidige leven niet naar behoren verlaten. Na het wassen wordt de dode in doeken gewikkeld en behangen met bloemslinger. Kleurstof en water uit de rivier wordt vervolgens over de overledene uitgestrooid. Na deze handelingen wordt de dode op een draagbaar verplaatst naar de ghat, waar reeds een brandstapel is opgebouwd. Hoe hoger de stapel met hout, hoe rijker de familie is. Vanaf hier zijn er geen vrouwen meer bij de gebeurtenis aanwezig. De oudste zoon heeft een kaalgeschoren hoofd en alle helpers dragen slechts witte doeken en geen kleding.

Recycling
De laatste rituelen worden uitgevoerd. De kleren van de overledene worden in de heilige Bagmatirivier gegooid, zodat de overledene deze in het hiernamaals weer kan gebruiken. Naakt ben je ter wereld gekomen en zo dien je de aarde ook weer te verlaten. Eenmaal op brandstapel wordt de dode aangestoken in de mond. Het lichaam wordt afgedekt met nat gras, om de verbranding aan het gezicht te ontrekken. Alleen de voeten steken nog uit. Het dagelijkse leven gaat ook hier door, crematie of niet. Nog tijdens de rituelen pikken kleine jongetjes overal de munten op die de nabestaanden naar het lichaam hebben gegooid. In de rivier staat een handelaar in tweedehands kleren de kleding en doeken uit de rivier te vissen van de doden, die nog niet eens helemaal zijn verbrand. Niemand lijkt zich hier aan te storen. Degene die in de rivier staat om as en halfverbrande boomstronken in beweging te krijgen -de doorstroming is door de grote aanvoer van materialen aardig afgenomen- leent zijn gereedschap graag even uit voor het ophalen van een kledingstuk.

Behoorlijk onder de indruk lopen we door naar het volgende stadje. Hier viert het Budhisme hoogtij en de stad Bodhnath wordt dan ook gekenmerkt door de enorme Budhistische stupa in het hart van de stad. Vrolijke gebedsvlaggen wapperen in de wind en murmelende pelgrims lopen kloksgewijs rond de stupa. Het leven lijkt hier een vrolijker tintje te hebben, maar niets is voor ons gruwelijker dan de sky-burials waarmee de meeste Budhisten afstand doen van hun doden.

top

home  mail  inspirerend  kenmerkend  beeldbepalend  grensverleggend